De zee kan altijd meer

In 1717 schoof de zee als een tsunami over de Groningse kuststreek, tot aan de stad Groningen. Kan zo’n ramp driehonderd jaar later opnieuw gebeuren?

TEKST
Ineke Noordhoff

BEELD
Harry Cock

September 2012. In het pikkedonker dendert een vrachtwagen met veertig ton breukstenen boven de as door de Westpolder in Noordwest-Groningen. De chauffeur draait de Kustweg in en schakelt terug om de dijk op te rijden die het Lauwersmeer afsluit van de zee. Even verderop verdicht de smalle bosrand langs de weg zich en wordt de strook bomen aan de binnenkant van de dijk breder. Hier ligt een stil binnenwater midden in de oefenweide van Defensie. Dit is de vroegere bedding van het Vierhuistergat – een aftakking van de Zoutkamperlaag die tussen Schiermonnikoog en Ameland menig zeevaarder weer terugbracht naar huis.  In 1969 is dit water afgesneden van de stromende zee en langzaam zoet geworden. Ruim veertig jaar later heeft de geul zich aan de zeezijde diep onder het dijklichaam gewoeld – als een onrustige kat die blijft zoeken naar haar afgenomen jongen.

De man die in de nazomer van 2012 de reguliere meetgegevens van de dijk uitleest, is direct alert en stapt gelijk naar zijn baas. Het Waterschap, dat de dijk beheert, trommelt onmiddellijk onderzoekers van Deltares op. Die noemen de problemen bij het Vierhuistergat ‘hoog urgent’.

Op diezelfde plaats waren eerder ook problemen. De dijkschouwers zagen in 2006 al dat het Vierhuistergat aan het schuiven was in de richting van de dijk. Daarom legden ze toen een strekdam aan om de Vierhuistergeul wat verder van de dijk af te duwen. Maar daarna cirkelde het water om de strekdammen en kolkte het nog harder tegen de dijkteen. In korte tijd werd het gat juist dieper. De strekdam was te kort en onder water ging de zee door met schuren. Daarop probeerde Rijkswaterstaat de druk op de dijk weg te halen door de ebgeul te verbreden, maar de kracht van de stroming nam niet af en de steilte bij de dijk bleef. Hoeveel zand je ook in dat gat gooide, de ebstroom tilde het op en nam het weer mee. Daarop legde de dijkbeheerder een tweede strekdam aan, nu wat langer. Ook dat bleek echter geen goede keus: misschien waren het juist wel die strekdammen – of de te ruwe bekleding van die strekdammen – die de zee opjoegen.

In 2012 ziet de controleur dat het erosiegat aan de voet van de dijk in korte tijd vijftien meter diep is geworden. Wanneer het Vierhuistergat door de dijk breekt zal, er een stroomgat ontstaan dat daarna niet gemakkelijk meer te dichten is. Daarmee komt een horrorscenario op tafel: als de dijk gaat schuiven, is er geen houden meer aan en stroomt de provincie Groningen onder water. Dijkgraaf Bert Middel zet de noodprocedure in werking – voor de tweede keer in korte tijd. Enkele maanden daarvoor was er een grote calamiteit bij de dijk van het Eemskanaal ter hoogte van Woltersum. De dijk was instabiel en kon bezwijken. Dan zou een wal van water het dorp instromen en daarom moesten alle bewoners uit hun huis. De dijkgraaf belt na de alarmerende berichten over de Lauwerszeedijk snel met de burgemeester van De Marne, met de gedeputeerde en schaalt meteen op naar de minister. Die geeft Defensie orders om de oefeningen in de Marnewaard voor de rest van het jaar af te gelasten; het werk aan de dijk krijgt topprioriteit. De militairen gaan zandzakken vullen en een evacuatie voorbereiden.

In de dijk komen sensoren, die elke verdachte beweging direct zichtbaar maken op de laptops van het crisisteam. Wanneer de eerste vrachtwagen zijn hoogst urgente lading breukstenen komt brengen, ziet het crisisteam de meters even uitslaan door de trillingen van het zware vervoer. Het probleem bij de Lauwerszeedijk lijkt zich dan nog te beperken tot een strook van tweehonderd meter. Maar elke ebstroom sleurt weer bergen zand weg en maakt de geul dieper en langer.  Het wordt steeds linker op de Lauwerszeedijk. Na enkele dagen vreest de dijkgraaf al dat dijkvak 85/86  over een strook van negenhonderd meter kan afschuiven en een massa zeewater zal doorlaten die diep het binnenland kan instromen.

Achter de dijken ben je veilig zolang de dijk het houdt. Maar als de zee erdoorheen breekt, ben je verloren. Op een wierde kun je nog overleven; daar spoelt de zee dan omheen. Maar wie in een dijkdorp of in een polder woont, ziet een muur van water op zich afkomen die met vernietigende kracht huis en haard omverduwt. Dat was drie eeuwen geleden zo tijdens de Kerstvloed die de dijken langs de Groninger kust op meer dan vijftig plaatsen vernielde – en dat is nog steeds zo.

Langs de Groninger kust liggen vele diepe kolken als littekens in het landschap. De meeste zijn in de aarde geboord tijdens de Kerstvloed in 1717. Na die massale dijkdoorbraken stroomde het water met enorme vernietigende kracht door tot in de stad Groningen. Inmiddels liggen er allemaal polders voor de Groningse kust met steeds weer nieuwe dijken. Kunnen de oude dijken nu misschien helpen om de zee te stoppen? De oude slapende dijken lijken ineens ontzettend belangrijk voor het achterland dat door inklinking alsmaar verder onder de zeespiegel komt te liggen. Bij de oude dijkcoupures liggen de afsluitbalken klaar, met daarnaast een berg zandzakken. Maar deze tweede verdedigingslinie is niet betrouwbaar meer: op diverse plaatsen hebben boeren de dijkcoupure breder gemaakt om er met de grote landbouwmachines doorheen te kunnen. Het water zal die gaten snel weten te vinden.

De bestuurders nemen het zekere voor het onzekere en brengen precies in beeld hoe het zeewater het land in zal stromen mocht het misgaan bij het Vierhuistergat. Ze kijken waar voor de bewoners de beste vluchtkansen liggen. Dat is een kort verhaal: als een huis in Lauwersoog onder water komt, is de weg allang niet meer te berijden. Dan kunnen de bewoners zich alleen nog installeren op zolder met een paar flessen water en repen chocola. Wanneer de dijk breekt, ben je te laat, zo laten de scenario’s zien. De dijkgraaf doet wat hij kan: hij stationeert bij de kwetsbare plek op de dijk dag en nacht een oplegger met zandbags met in de cabine een chauffeur op standby. Even verderop doen kraanwagens, shovels en vrachtwagens volcontinudienst. In de haven van Lauwersoog is een voorraad staalslak in depot gezet die direct per schip uitgevaren kan worden naar een eventueel gat. Eén seintje is genoeg om de hele stoet in beweging te zetten. Een grote ramp is ineens akelig dichtbij.

De zee kan altijd meer, waarschuwde Westpolderboer H.D. Louwes in een spraakmakende rede in de jaren zestig toen hij  afsluiting van de Lauwerszee bepleitte. De mens moet daarom continu op zijn hoede blijven. De  veiligheid van de Nederlandse dijken is landelijk tot topprioriteit verheven. Daarom hebben we een deltacommissaris die als een superminister met een miljard euro per jaar aan onze beveiliging tegen de zee werkt. Is het genoeg? Kunnen we de zee de baas blijven? In die strijd krijgt de zee hulp van een andere natuurkracht: op 9 februari 2013 ziet de hoogwatermanager weer een veertig tonner langsrijden op de Lauwerszeedijk. Stabi-alert, zoals het programma heet dat contact houdt met de dijksensoren, ziet aanzwellende trillingen. Maar er rijden helemaal geen vrachtwagens meer … Het blijkt een aardbeving te zijn die de Groninger gebouwen doet schudden op hun grondvesten. Deze viel mee (2,7) in vergelijking tot wat er nog verwacht wordt (5,5).

De zee blijft bij het Vierhuistergat duwen en kolken. Geomorfologen waarschuwen al snel na de noodreparatie dat het misschien weer niet genoeg is.  Ze maken rapport op en bevelen aan om ook in de zee tot actie over te gaan. Verleg de Vierhuistergeul want de dijk is niet safe, zo waarschuwen de wetenschappers. Maar de zee is het terrein van Rijkswaterstaat. En die heeft kennelijk een ander gevoel voor urgentie dan het Waterschap, dat eigenaar is van de dijken.

Pas vier jaar na de bijna-dijkdoorbraak wordt een experimenteel plan ‘geulmanagement’ opgesteld. Dat is in 2017 nog steeds alleen maar papier, zo blijkt als ik in september te gast ben op een zeilboot en ons schip de loop van het Vierhuistergat volgt. We varen met een lekkere bries in de zeilen vanuit de Waddenzee recht op de dijk aan. Pal onder de kust schiet de dieptemeter plots van twee naar 9,4 meter. De schipper kan zijn ogen niet geloven. Voor de zekerheid maak ik een foto van de dieptemeter.

Het Vierhuistergat zoekt nog steeds naar haar oude bedding aan de binnenkant van de dijk.

De auteur stuitte op de ‘bijna-ramp’ bij de Lauwerszeedijk tijdens het onderzoek voor het boek Schaduwkust, dat verhaalt over het leven van een boerenfamilie aan de rand van de Waddenzee. Eind januari verschijnt Schaduwkust bij AtlasContact.

[…] ik een en ander opgezocht en wat blijkt: de naam Kalkman (die ik wel kende) is een synoniem voor Engelsmanplaat. Vooral in Wierum en omgeving wordt deze oude naam nog gebruikt, vanwege de vele schelpen (=kalk) […]

[…] armoedige maar ongedwongen vertoning heen. Het eenvoudige maar prima ontbijt maakt veel goed. Deze humoristische beschrijving van het hotel is ook […]