Psychopatische vleeseters

Denker Des Vaderlands René ten Bos ziet geen morele argumenten om vlees te eten.

TEKST
Miranda Lahuis

BEELD
Shootmedia

‘Vlees eten is totaal immoreel’, zei Denker des Vaderlands René ten Bos (58) midden in de eerste Nationale Week Zonder Vlees die afgelopen maart plaatsvond. Een normatieve uitspraak van een filosoof die zich tegen moralisme zegt te verzetten: ‘Mensen de les lezen op grond van bepaalde preferenties van goed en kwaad, dat doe ik normaal gesproken nooit.’ Jaren geleden is Ten Bos zelf gestopt met het eten van vlees, om gezondheidsredenen. ‘Pas later besefte ik mij dat ik aan de goede kant van de morele scheidslijn sta’, zegt hij lachend.

Vervuld van afschuw reageerden veel mensen vorig jaar maart op de videobeelden van Belgisch slachthuis: hardhandig aan de oren voortgesleepte varkens die bij volle bewustzijn naar de slachtbank gaan.

Ook waar de industrie zich wel aan de wetten en regels houdt die minimale eisen aan het dierenwelzijn stellen, bereiken we toch een grens. Geen productietechnische – het kan nog steeds goedkoper, efficiënter en meer. Er bestaat immers een levendige internationale export van Nederlands vlees. De grens die in beeld komt, bestaat uit ecologische en morele factoren: de impact van de vleesproductie op het klimaat, de biomassa, de biodiversiteit, het grondgebruik en het dierenwelzijn is onvoorstelbaar groot.

Ten Bos vindt het heerlijk om het morele vonnis over vlees eens de wereld in te slingeren, ondanks het moraliserende karakter van zijn uitspraak: ‘Je moet die uitspraak zien als een prikkeling, mensen worden heel boos omdat ze dondersgoed weten dat ze geen goede redenen hebben om vlees te eten.’ Tussen al die culturele, religieuze, historische, esthetische en welzijnsmotieven – zoals smaak, eiwit-inname, gewoonten en feesten – zit geen enkele overtuigende morele reden om vlees te eten.

Vaak hebben morele oordelen over vlees een oorsprong in het utilitarisme, de ethische stroming waarvan de filosoof Jeremy Bentham (1748-1832) een belangrijke vertegenwoordiger is. Het utilitarisme rekent met een universum waarbinnen pijn en plezier van alle voelende wezens meetellen. Moreel slecht (dus wat we niet moeten doen) is wat de totale hoeveelheid pijn binnen het genoemde universum vermeerdert. De hedendaagse utilitarist Peter Singer heeft de aanwezigheid van dieren in dat universum nog eens extra benadrukt. Ze kunnen ook voelen en dus pijn lijden en plezier ervaren, stelt hij, en dat is genoeg om ze te accepteren in de morele gemeenschap.

Toch is dat laatste nog niet breed geaccepteerd, terwijl voortschrijdend inzicht ons wel heeft doen inzien dat het wel erg waarschijnlijk is dat dieren ook kunnen voelen. Maar dat deze veranderde zienswijze ons niet weerhoudt vlees te eten, ontlokt Ten Bos opnieuw een prikkelende uitspraak: ‘Vlees eten is een soort psychopathie.’ Hij beredeneert de uitspraak als volgt: psychopaten kenmerken zich door een ongevoeligheid voor het leed van een ander, vleeseters die zich afsluiten voor het leed van dat wat ze eten hebben een overeenkomstige kenmerk.

Wel benadrukt Ten Bos dat het bovenstaande psychologische perspectief op vlees eten slechts één van de vele is. Het perspectief van de voedselvoorziening vraagt weliswaar een sterke reductie van de vleesconsumptie, maar het gebruik van vleesvee is een goede manier om van restafval uit de voedselproductie (zoals stro, suikerbietpulp en sojaschroot) af te komen, stelt althans universitair hoofddocent milieukunde Sandrine Nonhebel in het Dagblad van het Noorden.

Vanuit een kinderlijk perspectief trekken we vaak een andere conclusie: vlees eten mag niet omdat het zielig is voor dieren. ‘Kinderen hebben veel meer de neiging om vegetariër te worden dan volwassenen’, stelt Ten Bos. Uit zijn eigen jeugd herinnert hij zich dat zijn vader altijd ‘weet je wel dat dat van een dood beest is?’ zei wanneer er kippenpoten op het menu stonden. ‘Dat vonden wij zo vies.’ Opvallend was dat zijn eigen dochter (op dat moment een jaar of zeven) spontaan begon te huilen toen hij haar hetzelfde vroeg: ‘Ik wil geen dood dier eten, ik wil een levend dier eten.’

Helemaal aan de ‘goede kant van die zogenaamde morele scheidslijn’ staat Ten Bos overigens zelf ook niet (meer), en daar is hij zich ook bewust van. Op aanraden van zijn dokter, na een periode van strikt vegetarisme, is hij weer vis gaan eten – helemaal tevreden is hij daar niet mee. ‘Vissen lijden ook, ik ben in deze ook zo inconsequent als de neten.’ Nog verwarrender wordt het als hij vertelt over de kalfsleren en krokodillenleren laarzen die hij graag draagt. De Denker des Vaderlands is ook maar gewoon een mens en ‘de mens is een heel raar wezen dat zich op geen enkele manier verhoudt tot zijn omgeving’.

Het wordt de mens dan ook wel erg moeilijk gemaakt. Jezelf verhouden tot een omgeving is één ding, jezelf verhouden tot een omgeving die gewoonlijk veelal onzichtbaar is – zoals de vee-industrie – is een tweede. Feit is dat er, alleen in Nederland al, per jaar een half miljard dieren naar de slachtbank gaan. Voor velen van ons geldt dat we die dieren alleen (en pas) ‘ontmoeten’ op ons bord. Die onzichtbaarheid van dieren in de vee-industrie helpt mee ons afzijdig te houden van het leed. Maar ook vegetariërs hoeven zich nog niet op de borst te kloppen volgens de Denker des Vaderlands: ‘Het is allang bewezen dat vegetariërs ouder worden dan vleeseters, wat betekent dat ze net zo’n grote impact op de aarde hebben als mensen die korter leven, helemaal als die vegetariër ook nog een paar keer op vakantie gaat met het vliegtuig.’

Daarbij is de impact die de individuele mens op het grote geheel erg klein, heeft het dan wel zin om je ecologische voetafdruk te verkleinen? Maar met zijn allen hebben al die individuele mensen (en we zijn met steeds meer) een gigantische invloed op hoe het eraan toegaat op aarde. Volgens Ten Bos heeft het echter geen enkele zin om ‘de mens’ verantwoordelijkheid toe te dichten: ‘Zo’n algemeenheid kan niet verantwoordelijk zijn, individuen daarentegen kunnen dat wel.’ Het staat in elk geval wel vast, stelt hij, dat er iets moet gebeuren, maar een eenduidig antwoord op wat er dan moet gebeuren valt moeilijk te geven.

Dat dieren uitsterven roept bijvoorbeeld allerlei ethische vragen op, stelt Ten Bos. Hij vindt het niet te verkroppen dat er dagelijks amfibiesoorten uitsterven die nauwelijks aandacht krijgen, terwijl er voor de meer charismatische soorten zoals neushoorns en pandaberen hele fokprogramma’s bestaan. ‘Mag een beest ook nog een beetje rustig uitsterven? En laat die pandaberen gewoon gaan, dat maakt niet uit.’ Vaak krijgen alleen de laatste paar individuele dieren van een diersoort aandacht als ze doodgaan, terwijl in feite die dieren al langer ‘ecologisch uitgestorven’ zijn, legt Ten Bos uit. Dat is wanneer die dieren hun ecologische functie in een bepaalde biotoop niet meer kunnen uitvoeren. Uitsterven pak je volgens de filosoof aan door habitatdestructie te bestrijden. Door die destructie vinden steeds meer interacties tussen mens en dier plaats, en dat kan gevaarlijk zijn voor beide partijen.

De exponentieel groeiende mensheid brengt ook een neteligheid met zich mee. We zijn met anderhalf keer zoveel mensen op aarde als in 1988, en met deze bevolkingsgroei groeit ook de totale vraag naar vlees. Ook al zou het zo zijn dat iedereen nu de helft minder vlees gaat eten, dan is nog steeds de totale vraag naar vlees niet op het niveau van dertig jaar geleden. Zijn die drie procent vleesweigeraars die Nederland huisvest slechts een druppel op een gloeiende plaat? Als we vlees blijven eten zoals we dat gewend zijn, vliegtuigen blijven gebruiken voor verre vakanties en het land blijven asfalteren voor steeds meer auto’s, zetten we de leefomgeving van niet alleen de mens maar ook alle andere diersoorten onder druk.

Maar mogen we dan nog wel wát impact hebben op de toestand van de wereld? Ja, stelt Ten Bos, hij is echt niet voor het uitsterven van de mens. Bestaan heeft nou eenmaal invloed op de omgeving: ‘Daar komt nog bij, de mens is zelf ook een omgeving: er leven ontzettend veel microbacteriën in onze lichamen.’

Willen we iets veranderen, dan moeten we bewust zijn van die discrepantie tussen het individuele dier (ook de mens) en de soort als geheel waartoe hij behoort. Individuele mensen kunnen verantwoordelijkheid dragen, maar hebben als individu maar een kleine impact. De mens als soort heeft een gigantische impact, maar kan (als zijnde een platonische algemeenheid) geen verantwoordelijkheid dragen. Het is deze wanverhouding waar de Denker des Vaderlands mee stoeit, die maakt de discussies ontzettend moeilijk.

Onze eigen soort hoeft dus niet uit te sterven volgens de Denker des Vaderlands, maar achterover leunen en alle andere soorten laten uitsterven is veel te passief: ‘We zijn een invasieve soort. Overal waar mensen komen, sterven dieren uit maar dat is geen nieuw verschijnsel, dat gebeurt al sinds de jagers en verzamelaars.’ Verantwoordelijkheid is verankerd in een gevoel, stelt Ten Bos, naar een idee van de filosoof Hans Jonas. Maar een collectief gevoel is al net zo’n moeilijk concept als collectieve verantwoordelijkheid. ‘Misschien zou een collectieve verontwaardiging nog iets zijn, maar die zie ik ten aanzien van dieren nog niet zo snel ontstaan.’

 

Wij willen het gesprek over het landschap en onze noordelijke leefomgeving zo open mogelijk maken. Daarom kiezen we ervoor om geen betaalmuur op te werpen. Om onze journalistiek mogelijk te maken, hebben wij natuurlijk wel middelen nodig. Voor slechts 37,50 krijg je vijf keer per jaar ons tijdschrift thuisgestuurd. Noorderbreedte werkt niet alleen met de beste journalisten maar ook met topfotografen en vormgevers. Ons papieren tijdschrift is daarom telkens weer een cadeautje. Steun ons voor 37,50 per jaar

Sluit je aan bij Noorderbreedte!
Laat u informeren en inspireren over alles wat mooi, bijzonder en in ontwikkeling is in het Noorden!
vanaf €37,50